PLEEGZORG: EEN GEZAMENLIJKE ZORG
Met het samenwerkingsdocument beogen we het samenwerkingsproces rond pleegzorgplaatsingen in Groningen te verbeteren. Het document is tot stand gekomen in samenwerking tussen de Gecertificeerde Instellingen (GI), de pleegzorgaanbieders, en de tien Groninger gemeenten en is opgesteld in samenwerking met Stichting Pleegwijzer
De samenwerkingsafspraken gaan over de wijze van samenwerken en wie verantwoordelijk is voor welke taak. Dit document dient als handvat voor de samenwerking tussen casemanager lokale team, jeugdbeschermer en pleegzorgbegeleider. Om de samenwerking in de gehele zeshoek van kind(eren), ouder(s), pleegouder(s), casemanager lokale team, jeugdbeschermer en pleegzorgbegeleider te verbeteren. Voor het gehele document verwijzen we je naar de ambassadeurs van de samenwerkingsafspraken binnen je organisatie.
Hieronder zijn de samenwerkingsafspraken tussen de eerdergenoemde partijen beschreven. Per situatie zijn de algemene verantwoordelijkheden en taken van de casemanager van het lokale team van de gemeente, de jeugdbeschermer van de GI en de pleegzorgbegeleider van de pleegzorgaanbieder beschreven.
| Casemanager lokale team of Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider / netwerkonderzoeker |
|---|---|
|
Bespreekt en onderzoekt (naar aanleiding van de uitkomsten van een gedeelde verklarende analyse)
de mogelijkheden voor (deeltijd)pleegzorg met ouders en/of jeugdige.
En/of bespreekt of en hoe informele netwerkplaatsing geformaliseerd wordt. |
De medewerker van het screeningsteam van Pleegzorg Groningen kan laagdrempelig meedenken. Zie website: www.pleegzorggroningen.nl voor de contactgegevens van de drie pleegzorgorganisaties: Elker, Leger des Heils, William Schrikker Gezinsvormen. |
| Neemt al in een vroeg stadium contact op met Pleegzorg Groningen zodat zij tijdig en laagdrempelig meedenken. | |
|
Motiveert ouders om de plaatsing van het kind naar het netwerkpleeggezin te ondersteunen.
Spreekt het aspirant pleeggezin en checkt of dit gezin pleegouder wil worden. Informeert hen over verwachtingen van het pleegzorgtraject (o.a. Verklaring Geen Bezwaar, begeleiding pleegzorgwerker, dat jeugdige ingeschreven gaat worden bij pleeggezin en dat de duur in principe tijdelijk is waarbij wordt onderzocht of terugplaatsing mogelijk is). Draagt zorg dat broers/zussen zo veel mogelijk samen geplaatst worden. |
|
|
Brengt binnen 5 werkdagen nadat bekend is geworden dat de jeugdige in een netwerkpleeggezin
verblijft, aan de hand van een huisbezoek, observatie en afname van het risicotaxatie-instrument
de veiligheid van de jeugdige in het pleeggezin in beeld en neemt een beslissing
(dringend advies in vrijwillig kader) over de plaatsing.
Meldt aan bij een pleegzorgaanbieder (na toestemming van ouders in vrijwillig kader). |
Neemt de aanmelding voor netwerkpleegzorg in behandeling wanneer de ingevulde
risicotaxatie-lijst door de casemanager/jeugdbeschermer is bijgevoegd.
Controleert of alle benodigde informatie aanwezig is. Bij netwerkpleegzorg is ook de op het aanmeldformulier gevraagde informatie over het netwerkpleeggezin nodig. Zoekt contact met casemanager/jeugdbeschermer indien informatie ontbreekt of aanvullende informatie nodig is. |
| Stuurt met de aanmelding de benodigde dossierinformatie mee (hulpverleningsgeschiedenis, diagnostiek, risicotaxatie-lijst, resultaten eerdere hulpverlening, ontwikkeling jeugdige waarbij zorgen over seksuele ontwikkeling danwel misbruik als dader/slachtoffer genoemd worden), in afstemming en met toestemming van ouders. |
Voegt geleverde informatie toe aan de aanmelding.
Aanmeldingsdatum is datum van ontvangst van het complete dossier van de casemanager/jeugdbeschermer (inclusief risicotaxatie). |
| Op het moment dat er sprake is van een compleet dossier, spreken we van een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de veiligheid en de risico’s van de jeugdige te toetsen en te volgen. | |
| Verzoekt aan de pleegzorgaanbieder te starten met een verdere screening of netwerkonderzoek. |
Voert binnen 13 weken na toewijzing van het pleegzorgcontract
(indien de jeugdige al in het netwerkgezin woont) een netwerkonderzoek uit.
Als het kind nog niet in het pleeggezin verblijft, geldt de bepaling jeugdhulp als startdatum van het netwerkonderzoek. Plaatst jeugdige op de (wacht)lijst t.b.v. netwerkonderzoek. |
|
Stelt een voorlopig pleegcontract op,
op basis waarvan de betaling van de pleegzorgvergoeding start.
Screener of (aanstaande) pleegzorgwerker communiceert met aspirant pleeggezin. |
|
|
Initieert een voor-gesprek / telefonische afstemming met
casemanager/jeugdbeschermer.
Bespreekt de samenwerking: wie doet wat, hoe is de relatie met ouders/pleegouders, wat werkt het beste voor de jeugdige en hoe ziet het contact eruit. Spreekt af wie dit vastlegt en deelt. |
|
|
Stelt in samenwerking met ouders, pleegouders en/of jeugdige
de voorlopige hulpverleningsdoelen op t.b.v. het plan van aanpak.
Stuurt het plan van aanpak aan ouders, pleegouders en jeugdige. Draagt zorg dat jeugdige wordt ingeschreven op adres pleeggezin bij voltijdplaatsing. |
Nodigt na ontvangst van de aanvraag ouders,
jeugdige (vanaf 12 jaar), evt. andere betrokkenen en
casemanager/jeugdbeschermer uit voor een afstemmingsgesprek.
Verstrekt informatie over pleegzorg. Het voorlopig pleegzorgcontract wordt getekend. |
|
Is aanwezig bij het startgesprek.
Is verantwoordelijk voor (advies over) de vorm en frequentie van het contact tussen jeugdige en ouders. Stemt af wie jeugdige informeert over uitkomsten startgesprek. |
Maakt bij afronding van het netwerkonderzoek
het voorlopige pleegzorgplan definitief.
Deelt het besluit met ouders en jeugdige. (Onderzoeksverslag is niet volledig inzichtelijk i.v.m. vertrouwelijkheid.) |
| Neemt binnen een maand na het perspectiefgesprek het uiteindelijke besluit over het perspectief van de plaatsing. | Geeft een visie op het perspectief van de plaatsing vanuit pleeggezin en bezoekmomenten. |
| Is verantwoordelijk voor heldere communicatie, gedeelde besluitvorming en duidelijke afspraken richting ouders, jeugdige en pleegouders. | Start bij een positief onderzoek de pleegzorgbegeleiding. De begeleiding start met een gezamenlijk gesprek binnen 4 weken na inzet jeugdhulp. |
| Volgt escalatiestappen bij verschil van inzicht (professional → gedragswetenschapper → leidinggevende). | Volgt dezelfde escalatiestappen bij verschil van inzicht. |
| Casemanager lokale team of Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider / netwerkonderzoeker |
|---|---|
| Bespreekt en onderzoekt (naar aanleiding van de uitkomsten van een gedeelde verklarende analyse) de mogelijkheden voor (deeltijd)pleegzorg met ouders en/of jeugdige. | De medewerker van het matchingsteam van Pleegzorg Groningen kan laagdrempelig meedenken. Zie website www.pleegzorggroningen.nl voor de contactgegevens van de drie pleegzorgorganisaties: Elker, Leger des Heils, William Schrikker Gezinsvormen. |
| Neemt al in een vroeg stadium contact op met Pleegzorg Groningen zodat zij tijdig en laagdrempelig meedenken. | |
|
Motiveert ouders om de plaatsing van het kind naar het pleeggezin te ondersteunen.
Draagt zorg dat broers/zussen zo veel mogelijk samen geplaatst worden. |
|
|
Neemt een beslissing over aanmelding bij de pleegzorgaanbieder en deelt deze met
de pleegzorgaanbieder.
Stuurt met de aanmelding de benodigde dossierinformatie mee (hulpverleningsgeschiedenis, diagnostiek, risicotaxatie-lijst, resultaten eerdere hulpverlening, ontwikkeling jeugdige waarbij zorgen over seksuele ontwikkeling danwel misbruik als dader/slachtoffer genoemd worden), in afstemming met ouders. |
Controleert of alle benodigde informatie aanwezig is.
Zoekt contact met casemanager/jeugdbeschermer indien informatie ontbreekt of aanvullende informatie nodig is. Plaatst jeugdige op de lijst t.b.v. pleegzorg. |
|
Vraagt ouders, kind en casemanager/jeugdbeschermer naar wensen t.a.v. een pleeggezin.
Houdt rekening met religie, cultuur, etniciteit, taal en woonplaats van de jeugdige.
Stelt in samenwerking met ouders en/of kind de voorlopige hulpverleningsdoelen op ten behoeve van het plan van aanpak. |
Selecteert op basis van de informatie een passend pleeggezin.
Bespreekt het voorstel met de aanmelder, ouders en kind. |
| Bereidt het kind (samen met ouders) voor op de uithuisplaatsing. | Bereidt het aanstaande pleeggezin voor. |
|
Initieert een voor-gesprek / telefonische afstemming met casemanager/jeugdbeschermer.
Bespreekt de samenwerking: rollen, taken, relaties met ouders/pleegouders, wat werkt het beste voor de jeugdige en hoe het contact eruitziet. Spreekt af wie dit vastlegt en deelt. Is aanwezig bij het startgesprek. Is verantwoordelijk voor (advies over) de vorm en frequentie van het contact tussen jeugdige en ouders. Stemt af wie jeugdige informeert over uitkomsten van het startgesprek. |
|
|
Bespreekt met ouders het doel van de plaatsing, de veranderingsdoelen en termijnen
en legt dit vast in het plan van aanpak / de jeugdhulpbepaling.
Deelt deze informatie (zonder privacygevoelige informatie en met toestemming van ouders) met pleegzorgwerker t.b.v. transparantie en minder ruis. Legt afspraken vast over taken, rollen, doelen en randvoorwaarden voor terugplaatsing. Geeft opdracht aan pleegzorg om een visie te geven op het perspectief van de plaatsing. Neemt binnen een maand het uiteindelijke besluit over het perspectief van de plaatsing. |
Start bij een positief besluit de pleegzorgbegeleiding.
De begeleiding start met een gezamenlijk gesprek binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek tot inzet bepaling jeugdhulp. Geeft een visie op het perspectief van de plaatsing vanuit pleeggezin en bezoekmomenten met ouders. Communiceert helder naar ouders en jeugdige over het perspectief van de plaatsing. |
|
Legt aan jeugdige uit waarom hij/zij niet meer thuis woont en geeft ruimte
om gevoelens te uiten.
Faciliteert contact met belangrijke personen (vertrouwenspersoon/steunfiguur). Monitort de ontwikkeling van de jeugdige en vraagt hulp waar nodig. Informeert ouders over financiële verplichtingen. |
Informeert pleegouders over financiële regelingen waar zij voor in aanmerking komen. |
|
Is verantwoordelijk voor heldere communicatie, gedeelde besluitvorming
en duidelijke afspraken met ouders, jeugdige en pleegouders.
Helpt bij het maken van afspraken over rollen, taken en grenzen en het behouden van het netwerk van de jeugdige. |
|
| Volgt escalatiestappen bij verschil van inzicht: professional → gedragswetenschapper → leidinggevende. | Volgt dezelfde escalatiestappen bij verschil van inzicht. |
#Zorgteam: ouders, jeugdige (8 jaar), pleegouders, professionals en netwerk (waarbij JIM=jouw ingebrachte mentor van jeugdige nadrukkelijke plek inneemt).
* Gesprek Het gezamenlijke gesprek is een overleg tussen ouders, pleegouders (indien mogelijk de jeugdige), pleegzorgbegeleider, casemanager lokale team of jeugdbeschermer en andere betrokkenen (zowel professioneel als uit het eigen netwerk). Het doel van het gesprek is om te komen tot een plan dat aansluit bij de geformuleerde doelen t.b.v. de noodzaak tot inzet pleegzorg. De doelen zijn te vinden in het (gezins)plan van de gemeente of de jeugdhulpbepaling/het plan van aanpak van de GI.
In het gesprek worden afspraken gemaakt over de einddoelen, de vorm van hulp, het perspectief van de plaatsing (opvoedings-/hulpverleningsvariant en een tijdslijn van belangrijke evaluatiemomenten en termijnen) en de taak- en rolverdeling tussen de verschillende partijen rondom jeugdige die aanwezig zijn. Concreet gaat het om afspraken over: school, vervoer, omgangsregelingen, financiën en onderhoudsplicht van ouders, contact met de jeugdige en voor de jeugdige belangrijke personen e.d. Tijdens het gesprek worden ook afspraken gemaakt over de vorm en de frequentie van het contact tussen kind en ouders. En er worden afspraken gemaakt m.b.t. de veiligheid van de jeugdige. Ook wordt er afgesproken wanneer er evaluaties plaatsvinden.
De pleegzorgbegeleider zorgt voor het tot stand komen van dit gezamenlijke gesprek. De pleegzorgbegeleider nodigt voor het hiervoor (in overleg met de aanmeldende instantie) de ouders uit. Het gesprek vindt plaats binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek tot inzet bepaling jeugdhulp (dit is een wettelijke termijn).
| Casemanager lokale team of Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
| Is verantwoordelijk voor een stabiele en veilige situatie van de jeugdige. |
Is verantwoordelijk voor het volgen van de ontwikkeling van de jeugdige
in het pleeggezin.
Bespreekt de ontwikkeling van de jeugdige met het zorgteam, ten minste jaarlijks en bij jeugdigen onder de 3 jaar halfjaarlijks. Draagt er zorg voor dat pleegouders alle informatie ontvangen die nodig is voor de plaatsing. |
|
Indiceert soort en omvang van specialistische (pleeg)zorg.
Motiveert (indien nodig) soort en omvang van specialistische (pleeg)zorg. |
|
| Begeleidt de ouders op basis van het plan. Er wordt gewerkt vanuit de afspraken die zijn gemaakt tijdens het afstemmingsgesprek. |
Begeleidt het pleeggezin en de jeugdige op basis van het plan,
inclusief (specifieke) opvoeding van een kind in een pleeggezin.
Er wordt gewerkt vanuit de afspraken die zijn gemaakt tijdens het gezamenlijke gesprek. |
|
Schuift aan bij de evaluatiemomenten,
conform de afspraken die hierover zijn gemaakt
tijdens het afstemmingsgesprek.
De uitvoering van de omgangsafspraken is onderdeel van de evaluatie. |
Nodigt de casemanager/jeugdbeschermer, pleegouders, ouders en jeugdige uit voor evaluatie conform de afspraken uit het afstemmingsgesprek. |
|
Stelt naar aanleiding van de bespreking een evaluatieplan op.
Pleegouders kunnen – indien gewenst – vooraf een concept ontvangen.
Verstuurt het plan na overleg met betrokkenen naar casemanager/jeugdbeschermer, pleegouders en ouders en bespreekt dit met de jeugdige. Na eventuele wijzigingen wordt het plan definitief vastgesteld en toegezonden aan alle betrokkenen en besproken met de jeugdige. |
|
| De samenwerking tussen pleegouders en ouders en tussen pleegzorgwerker en casemanager/jeugdbeschermer is onderdeel van de begeleiding. | |
|
Heeft contact met het pleegkind.
Stemt af welke vorm van contact passend is, afhankelijk van doelen en veiligheidsrisico’s. De contactfrequentie wordt vastgelegd tijdens het startgesprek. |
Heeft minimaal 3 keer per jaar een gesprek met het pleegkind
(eventueel in overleg met jeugdcoach of andere professional).
Vraagt de jeugdige wie belangrijk is en faciliteert dit contact. |
| Draagt zorg voor rapportage van de kind-evaluaties na plaatsing en deelt deze met de casemanager/jeugdbeschermer. |
Begeleidt (pleeg)ouders bij de uitvoering
van de omgangsregeling (inclusief vervoer).
Stemt af met casemanager/jeugdbeschermer over de wijze waarop en door wie de omgangsbegeleiding plaatsvindt. |
| Ondersteunt pleegouders in hun contact met de ouders van het pleegkind, onder andere door psycho-educatie aan jeugdige en pleegouders over problematiek van ouders. | |
| Adviseert pleegouders op het gebied van praktische en financiële kwesties en regelt deze desgewenst met casemanager/jeugdbeschermer of aandachtsfunctionaris van het lokale team. | |
|
De frequentie van de begeleiding hangt samen
met de doelen in het pleeggezin-begeleidingsplan.
Deze frequentie wordt gezamenlijk vastgesteld, met als basisprincipe eenmaal per 6 weken. |
|
| Is bij beslissingen de contactpersoon van de ouders, tenzij anders is afgesproken. |
Is de belangrijkste contactpersoon voor de pleegouders.
Bij belangrijke beslissingen zoekt de pleegzorgbegeleider contact met de wettelijke vertegenwoordiger(s) en/of casemanager lokale team. |
|
Is verantwoordelijk voor het ontvangen van signalen
die kunnen duiden op onveiligheid
en handelt volgens de meldcode.
Stelt jaarlijks het pleeggezinbegeleidingsplan op, inclusief afname van de veiligheidschecklist, en handelt conform de meldcode. |
|
|
Bij signalen die kunnen duiden op onveiligheid
(één of meerdere risico’s op de risicotaxatielijst)
neemt de pleegzorgbegeleider contact op
met de casemanager/jeugdbeschermer.
Er wordt afgestemd wie hierover communiceert met ouders, conform de afspraken uit het startgesprek. |
|
|
Is alert op risico’s die kunnen bijdragen aan een breakdown,
zoals toename van probleemgedrag van het pleegkind,
impactvolle gebeurtenissen,
afname van trauma-sensitief opvoedgedrag
en een verstoorde relatie tussen ouders en pleegouders.
Vraagt tijdig aanvullende begeleiding aan om opvoedgedrag te versterken, probleemgedrag te verminderen en de samenwerking te verbeteren. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
|
Betrekt ouders bij matching en bereidt hen voor op de plaatsing.
Begeleidt ouders bij de plaatsing zelf. Stemt hierover af met de medewerker matching. |
Ouders zijn onderdeel van het hulpverleningstraject en zijn,
daar waar mogelijk, betrokken bij de matching en de voorbereiding
van de plaatsing, evenals bij de plaatsing zelf.
Heeft hierover contact met de casemanager/jeugdbeschermer. |
| Heeft contact met de jeugdige, ouders, pleegzorgbegeleider en pleegouders, en met andere betrokkenen rondom jeugdige en ouders. | |
| Motiveert ouders om de plaatsing van het kind naar het pleeggezin te ondersteunen. | |
|
Is verantwoordelijk voor een heldere communicatie naar ouders
over het perspectief van de plaatsing.
Doet dit via gedeelde besluitvorming en duidelijke afspraken over doelen, termijnen en voorwaarden voor terugplaatsing. |
Geeft een visie op het perspectief en de omgangsregeling van de plaatsing, vanuit het perspectief van het pleeggezin en de bezoekmomenten met ouders. |
|
Zorgt ervoor dat in samenspraak met jeugdige (12+), ouders,
pleegouders en pleegzorgbegeleider afspraken worden gemaakt
over de omgang.
Legt deze afspraken vast en communiceert ze naar jeugdige (12+), ouders, pleegouders en pleegzorgbegeleider. |
|
|
Kan ondersteunend zijn aan jeugdige, ouders, pleegouders
en verwijzers door bijvoorbeeld inzet van
‘Samen groeien in contact’.
Evalueert elke 6 maanden, of eerder indien nodig, en koppelt terug aan de casemanager/jeugdbeschermer. |
|
|
Houdt contact met ouders en ondersteunt hen in hun nieuwe rol.
Stemt met de pleegzorgwerker af wie ouders begeleidt in hun rouwproces en het vormgeven van hun nieuwe rol. Indiceert desgewenst hulpverlening voor ouders. |
|
Mogelijke vormen van hulp zijn onder andere:
|
|
|
Draagt er zorg voor dat ouders een rol blijven spelen
in het leven van de jeugdige.
Faciliteert contact en betrekt ouders bij belangrijke gebeurtenissen. |
|
| Draagt desgewenst zorg voor een aanvraag voor inzet van ambulante ondersteuning middels een beschikking, wanneer uit het startgesprek of een evaluatie blijkt dat ouders een hulpvraag hebben gericht op het vergroten van opvoedingsvaardigheden ten behoeve van het perspectief van het kind. | |
| Bij de hulpverleningsvariant kan de pleegzorgaanbieder de verwijzer vragen een ambulant werker in te zetten om de opvoedingsvaardigheden van ouders te vergroten, zodat de jeugdige mogelijk in de toekomst weer thuis kan wonen. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
| Is verantwoordelijk voor de waarborging van een stabiele en veilige situatie van de jeugdige. | Heeft zicht op de veiligheid van de jeugdige in het pleeggezin. |
|
Brengt de veiligheidsrisico’s van de jeugdige in kaart en legt deze vast.
Maakt hierbij gebruik van kennis die beschikbaar is bij andere (al dan niet eerder) betrokken professionals, zoals lokale teams en Veilig Thuis, en neemt – indien van toepassing – inzichten uit het Raadsonderzoek mee. Heeft actueel zicht op de veiligheidsinschatting door gesprekken met de jeugdige. Is op de hoogte van de stappen van de meldcode en past deze zo nodig toe. |
Heeft zicht op de lichamelijke, mentale, seksuele en sociale gezondheid
van de jeugdige en legt dit vast.
Voert jaarlijks een risicotaxatie uit (bij jeugdigen onder 3 jaar halfjaarlijks of tussentijds bij zorgen). Is op de hoogte van de stappen van de meldcode en past deze zo nodig toe. Ziet erop toe dat de jeugdige minimaal 3 keer per jaar wordt gezien en gesproken door pleegzorgwerker en casemanager/jeugdbeschermer. |
|
Luistert naar signalen van ‘twijfels over onveiligheid’
en/of ‘bedreiging in de ontwikkeling’.
Overlegt intern met gedragswetenschapper. Neemt de regie en bespreekt wie een eventuele melding doet richting Inspectie of Veilig Thuis. Maakt afspraken over wie ouders en betrokkenen informeert. |
Maakt ‘twijfels over onveiligheid’ en/of ‘bedreiging in de ontwikkeling’
concreet en bespreekt deze met betrokken personen.
Zorgt dat bekend is wie de vertrouwenspersoon van de jeugdige is en stemt hiermee af. Overlegt met gedragswetenschapper intern en met de casemanager/jeugdbeschermer. Meldt zo nodig zelf conform de meldcode. |
|
Maakt gezamenlijk met betrokken professionals een integraal plan
(veiligheids-, hulpverlenings- en herstelplan).
Legt dit plan schriftelijk vast, inclusief onderbouwing van de stappen die nodig zijn om acute en duurzame veiligheid te realiseren. Indien onderzoek niet mogelijk is door onvoldoende medewerking, overlegt met de gedragswetenschapper. Stemt af wie ouders, jeugdige en pleegouders informeert (zie tabel 3.6 m.b.t. toestemming noodzakelijke beslissingen). |
|
|
Bij een plaatsing in het vrijwillig kader verzorgt de casemanager lokale team
de communicatie met ouders en jeugdige.
Bij een OTS heeft de jeugdbeschermer een informatieplicht richting gezaghebbende ouders en de jeugdige. Zie ook de samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis Groningen en lokale teams. |
|
|
Houdt zicht op en monitort de voortgang van het wegnemen van
onveiligheid en/of bedreigingen in de ontwikkeling.
Evalueert met betrokken professionals en past het plan van aanpak zo nodig aan. |
Blijft de casemanager/jeugdbeschermer informeren over de voortgang
van het wegnemen van onveiligheid en/of bedreigingen in de ontwikkeling.
Is ondersteunend aan pleegouders. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
|
Is verantwoordelijk voor een stabiele en veilige situatie van de jeugdige.
Draagt zorg voor de organisatie, indicering en financiering van (noodzakelijke) jeugdhulp. |
Is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de jeugdige in het pleeggezin.
Brengt de ontwikkeling van de jeugdige in kaart en bespreekt dit minimaal jaarlijks met het zorgteam. Is zich hierbij bewust van problematiek rondom trauma en gehechtheid. |
| Constateert door middel van gesprekken met kind en/of pleegouders dat er naast een pleeggezinplaatsing een andere vorm van ondersteuning, interventie of diagnostiek noodzakelijk is2. |
Constateert door middel van gesprekken met de jeugdige
(minimaal 3 keer per jaar) en/of pleegouders
dat er naast een pleeggezinplaatsing een andere vorm van ondersteuning,
interventie of diagnostiek noodzakelijk is2.
Denkt hierbij ook aan psycho-educatie en trainingen voor pleegouders vanuit de pleegzorgorganisatie. |
|
Maakt dit bespreekbaar met de pleegzorgwerker.
Stemt af wie ouders, jeugdige en pleegouders informeert. Bij plaatsing in vrijwillig kader verzorgt de casemanager lokale team de toestemming van (en communicatie met) ouders en jeugdige. Bij OTS is geen toestemming van gezaghebbende ouders nodig, maar heeft de jeugdbeschermer een informatieplicht richting gezaghebbende ouders en de jeugdige. |
Maakt dit bespreekbaar met de casemanager/jeugdbeschermer.
Stemt af wie ouders, jeugdige en pleegouders informeert. |
|
Organiseert de jeugdhulp door middel van een verzoek om toewijzing
bij de betreffende gemeente (indien het jeugdhulp betreft).
Bij onduidelijkheid over welke ondersteuning passend is, of bij andere ondersteuning dan jeugdhulp, wordt contact opgenomen met de aandachtsfunctionaris pleegzorg van de betreffende gemeente. De motivatie voor de gekozen vorm van ondersteuning wordt toegelicht. |
Draagt zorg voor inhoudelijke afstemming
met de in te zetten ondersteuning.
Is op de hoogte van de voortgang van de ingezette ondersteuning. |
|
Bespreekt en stemt de voortgang af met het zorgteam.
Monitort of de ingezette ondersteuning bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugdige of aan het verbeteren van de balans tussen draagkracht en draaglast van (pleeg)ouders. Indien de voortgang stagneert of niet leidt tot de gewenste resultaten, overlegt met de casemanager/jeugdbeschermer en schakelt indien nodig de gedragswetenschapper in. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
|
Maakt bij de start van de plaatsing schriftelijke afspraken
over medische zorg, onderwijs, aanvullende ondersteuning,
reisdocumenten en de aanvraag van een verblijfsvergunning.
Legt vast wie waarover met wie communiceert. Daar waar mogelijk stemmen pleegouders en ouders onderling af (bij kinderen onder de 12 jaar). |
|
|
Reageert (schriftelijk) zo spoedig mogelijk
op een verzoek om toestemming.
Overweegt of ouders hierover wel of niet worden geïnformeerd. |
|
|
Draagt bij (vernieuwde) noodzakelijke beslissingen
ten aanzien van medische zorg, onderwijs,
aanvullende ondersteuning en de aanvraag
van reisdocumenten en een verblijfsvergunning
zorg voor (schriftelijke) toestemming.
Dit betreft toestemming van gezaghebbende ouders bij kinderen onder de 12 jaar. Bij kinderen tussen 12 en 16 jaar zorgt hij/zij dat ook de jeugdige zelf schriftelijk toestemming geeft. Bij kinderen vanaf 16 jaar zorgt hij/zij ervoor dat uitsluitend de jeugdige zelf schriftelijk toestemming geeft. |
Communiceert met de casemanager/jeugdbeschermer.
Monitort de voortgang van het verlenen van toestemming. Informeert pleegouders over de voortgang. |
|
In geval van acute situaties
(onvoorziene levensbedreigende omstandigheden)
waarin direct handelen vereist is,
is vooraf geen toestemming noodzakelijk.
Spreekt met pleegouders af dat zij de casemanager/jeugdbeschermer en pleegzorgwerker direct informeren wanneer een medische handeling in een spoedeisende situatie is uitgevoerd. |
Informeert de casemanager/jeugdbeschermer.
Ouders worden geïnformeerd conform de afspraken die hierover zijn gemaakt in het startgesprek. |
|
Informeert de casemanager/jeugdbeschermer
over het resultaat van de genomen beslissing.
Gaat met gezaghebbende ouders in gesprek (afhankelijk van het soort maatregel) indien zij geen toestemming geven. In het uiterste geval verzoekt de jeugdbeschermer, in afstemming met de pleegzorgwerker, de rechtbank om vervangende toestemming. In het uiterste geval overweegt de casemanager lokale team, in afstemming met de pleegzorgwerker, contact op te nemen met de Raad voor de Kinderbescherming. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
|
Wijst erop dat de gezaghebbende verantwoordelijk is voor de bekostiging
en organisatie (onderhoudsplicht) van voor de jeugdige noodzakelijke zaken,
zoals minimaal kosten voor (aanvullende) zorgverzekering en
aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP).
Doet dit in ieder geval tijdens het startgesprek en legt dit schriftelijk vast. |
|
| Legt schriftelijk vast en deelt met de pleegzorgwerker wie de kosten betaalt indien ouders onvindbaar of niet bereikbaar zijn (gezagsvacuüm) of niet verzekerd zijn. | |
|
Brengt pleegouders op de hoogte van wie verantwoordelijk is
voor de bekostiging en organisatie (onderhoudsplicht)
van voor de jeugdige noodzakelijke zaken
(minimaal (aanvullende) zorgverzekering, AVP
en bijzondere kosten via Het Loket).
Geeft uitleg over aanvullende toeslagen op de pleegzorgvergoeding en het belang van het hebben van een rechtsbijstandsverzekering. |
|
|
Luistert naar signalen en maakt samen met de pleegzorgwerker
een plan over wie ouders wijst op de onderhoudsplicht
en de gemaakte afspraken.
Stemt af wie ouders, jeugdige en pleegouders informeert. |
Informeert de casemanager lokale team/jeugdbeschermer
indien ouders afspraken over bekostiging en organisatie
van noodzakelijke zaken niet nakomen.
Maakt gezamenlijk een plan met de casemanager/jeugdbeschermer wie ouders wijst op de onderhoudsplicht en gemaakte afspraken. |
| Draagt er zorg voor dat ouders, bij een plaatsing in het vrijwillig kader, de zorgverzekeringspas overdragen aan pleegouders. | |
| Draagt er zorg voor dat de jeugdige, bij een OTS- of voogdijplaatsing, (aanvullend) verzekerd is voor ziektekosten en AVP via de verzekering van de GI. | |
| Attendeert pleegouders op de mogelijkheid om een AVP af te sluiten (in het geval het pleegkind 14 jaar of ouder is). | |
|
Ziet erop toe dat (ouders) de jeugdige inschrijven
in de gemeente van het pleeggezin
binnen de wettelijke termijn
(binnen vijf dagen na plaatsing).
Dit mogen de pleegouders doen. Jeugdige van 16 jaar of ouder mag dit ook zelf doen. |
|
|
Draagt er zorg voor dat ouders
de jeugdige inschrijven op school
en de pleegzorgwerker hierover informeren.
Bij voogdij draagt hij/zij zorg voor inschrijving van de jeugdige op school. |
|
| Draagt er zorg voor dat er afspraken zijn over het onderhouden van contact met school en legt deze afspraken vast in het plan. |
| Casemanager lokale team / Jeugdbeschermer | Pleegzorgbegeleider |
|---|---|
|
Is verantwoordelijk voor het proces van afronden van de plaatsing.
Luistert naar ouders en naar de analyse van de pleegzorgwerker. Beslist, in overleg met ouders en op basis van een gewogen systematische analyse (zie ontwikkelingsuitkomsten en benodigde veranderingen voor terugplaatsing), om de plaatsing te beëindigen of de jeugdige terug te plaatsen naar de ouder(s). |
Deelt met de casemanager/jeugdbeschermer de overwegingen
om de plaatsing te beëindigen of de jeugdige terug te laten plaatsen.
Overlegt met pleegouders. Is op de hoogte van de inhoud en werking van het blokkaderecht. |
|
Verkent samen met de pleegzorgwerker de overeenstemming
over beëindiging van de plaatsing.
Stelt een vervolgplan op en voert acties uit. Informeert ouders. |
Voert acties uit het vervolgplan uit.
Informeert pleegouders. |
|
Informeert in het gedwongen kader vroegtijdig
de Raad voor de Kinderbescherming
dat er geen gebruik meer wordt gemaakt
van de machtiging uithuisplaatsing.
De Raad voor de Kinderbescherming verzorgt de toetsing. |
|
|
Begeleidt ouders bij de nieuwe invulling van hun ouderrol.
Betrekt hierbij het netwerk en het zorgteam. |
Begeleidt pleegouders bij de nieuwe invulling van hun rol.
Bespreekt de voortgang met de casemanager/jeugdbeschermer. |
|
Zorgt zo nodig voor een nieuwe jeugdhulpbepaling
en een nieuw plan.
Informeert de verantwoordelijke gemeente. |
Zorgt voor een eindevaluatie en een einde hulpverleningsplan
voor het pleeggezin.
Biedt nazorg aan pleegouders. |
| Indien de jeugdige 16,5 jaar is en er sprake is van een gedwongen kader: start met het opmaken van het toekomstplan. | Indien de jeugdige 16,5 jaar is en er sprake is van een vrijwillig kader: start met het opmaken van het toekomstplan en stemt dit af met de casemanager/jeugdbeschermer. |
|
Indien de jeugdige 17,5 jaar is en er sprake is van een gedwongen kader:
draagt zorg voor het definitief opmaken van het toekomstplan
(beschrijft samen met de jeugdige de ‘Big Five’).
Bespreekt met het zorgteam de mogelijkheden voor vervolgverblijf, indien de jeugdige na het 18e jaar niet in het pleeggezin kan of wil verblijven. Ondersteunt ouders en jeugdige bij regelzaken rondom het bereiken van de meerderjarigheid. Stemt af met de pleegzorgwerker en informeert jeugdige en ouders over de Kwikstart-app. |
Indien de jeugdige 17,5 jaar is en er sprake is van een vrijwillig kader:
draagt zorg voor het definitief opmaken van het toekomstplan
(beschrijft samen met de jeugdige de ‘Big Five’).
Bespreekt met het zorgteam de mogelijkheden voor vervolgverblijf, indien de jeugdige na het 18e jaar niet in het pleeggezin kan of wil verblijven. Ondersteunt pleegouders en jeugdige bij regelzaken rondom het bereiken van de meerderjarigheid en volwassenheid. Stemt af met de casemanager/jeugdbeschermer en het zorgteam en informeert jeugdige en pleegouders over de Kwikstart-app. |
|
Is, bij een gedwongen kader, vóór de 18e verjaardag
verantwoordelijk voor een zorgvuldige overdracht
naar de gemeente volgens het woonplaatsbeginsel
dan wel naar de nieuwe woongemeente.
Bespreekt minimaal een half jaar vóór het bereiken van de 18-jarige leeftijd met de aandachtsfunctionaris pleegzorg van het lokale team hoe een soepele overdracht voor de jeugdige gerealiseerd wordt. |